Buffervat

Warmtepompen zijn meestal alleen op bepaalde vermogenstrappen te schakelen. Een warmtepomp met 2 compressors bijvoorbeeld heeft een stand deellast 50% waarbij 1 van de 2 compressors in bedrijf is tegenover vollast 100% waarbij beide compressors draaien.

Als het gevraagde CV-vermogen bijvoorbeeld 70% is wordt de warmtepomp eerst op 100% geschakeld. Met het overschot 30% wordt de warme buffer geladen.
Zodra de warme buffer geheel opgeladen is wordt de warmtepomp op 50% geschakeld en het nu te weinig geleverde vermogen 20% wordt uit de warme buffer gehaald tot die weer leeg is, etc.

De warmtepomp echter mag bijvoorbeeld maar 6x per uur schakelen, de wachttijd is in dat geval 10min. Ook moet rekening worden gehouden met opstarttijden van de warmtepomp, looptijden van kleppen etc.

De inhoud van de CV- en GKW-buffervaten moet zodanig worden gekozen dat gedurende de wachttijd / opstarttijd warmte cq. koude vanuit de buffers geleverd kan worden waardoor de CV- en GKW-afnemers zonder onderbrekingen cq. temperatuurvariaties kunnen functioneren.

Dit proces van laden / ontladen wordt in onderstaande animatie weergegeven.